Een dashcam is pas nuttig als hij op het juiste moment goede beelden heeft gemaakt. Dat begint bij de juiste plek in je auto en een paar goede instellingen. Met deze 10 tips haal je het meeste uit je dashcam, en voorkom je dat je na een aanrijding ontdekt dat de camera niet aan stond of de geheugenkaart vol zat. Zoek je een complete handleiding? Lees dan Dashcam installeren: zo doe je het stap voor stap.
1. Plaats de dashcam achter de binnenspiegel
De beste plek is hoog in het midden van de voorruit, achter de binnenspiegel. Daar:
- heb je het beste overzicht over de weg en beide rijstroken;
- belemmert de camera je zicht niet (dat mag ook niet);
- valt hij van buitenaf minder op.
Zorg dat de lens binnen het bereik van de ruitenwissers zit, zodat je bij regen een schoon beeld houdt. Let ook op dat de camera niet voor een sensor van de auto hangt, zoals de regensensor of de camera van rijhulpsystemen.
2. Maak de voorruit goed schoon
Een zuignap of plakstrip houdt alleen goed op een schone, vetvrije ruit. Maak de plek schoon met een glasreiniger en laat hem drogen voordat je de houder bevestigt. Doe dit bij voorkeur niet als de ruit heel koud is; de kleefstrip hecht dan slechter.
3. Werk de kabels netjes weg
Een bungelende kabel is niet alleen lelijk, hij kan ook je zicht hinderen of achter iets blijven haken. Leid de kabel langs de bovenkant van de voorruit, achter de hemelbekleding, en dan langs de A-stijl naar beneden. Gebruik eventueel een plastic hulpstuk om de kabel achter de bekleding te duwen.
In de A-stijl zitten vaak gordijnairbags. Leid de kabel daar niet vóór langs, maar erachter of langs de rubberen deurafdichting, zodat een airbag niet wordt gehinderd. Twijfel je, laat de dashcam dan inbouwen.
4. Kies de juiste stroomvoorziening
De eenvoudigste manier is aansluiten op de sigarettenaansteker of een USB-poort. Bij veel auto’s valt de stroom weg als het contact uit is, waardoor de dashcam automatisch stopt.
Wil je ook opnemen als de auto geparkeerd staat? Dan heb je een vaste aansluiting op de zekeringkast nodig, met een kit die voorkomt dat je accu leegloopt. Hoe dat werkt lees je in Dashcam vast aansluiten met een hardwire-kit, en wat parkeermodus precies doet in Parkeermodus: zo bewaakt je dashcam je geparkeerde auto.
5. Stel de beeldhoek goed af
Kijk na het plaatsen via het scherm of de app naar het beeld. De motorkap mag net in beeld zijn, met daarboven vooral weg en zo min mogelijk lucht. Een te hoog afgestelde camera filmt veel lucht en minder van wat er op de weg gebeurt.
6. Controleer de belangrijkste instellingen
Loop de instellingen één keer goed door voordat je gaat rijden:
- Datum en tijd: belangrijk als bewijs. Controleer ze ook na de overgang naar zomer- of wintertijd.
- Resolutie: kies de hoogste stand die stabiel werkt.
- Loop recording: aan, zodat oude beelden automatisch worden overschreven.
- Cliplengte: 1 tot 3 minuten is handig; korte fragmenten zijn makkelijker te vinden en te delen.
- G-sensor: niet te gevoelig, anders wordt elke drempel als ‘ongeluk’ opgeslagen en raakt je kaart vol met beveiligde clips.
- Geluid: aan of uit naar keuze. Bedenk dat je ook gesprekken in de auto opneemt.
7. Gebruik een goede geheugenkaart en formatteer hem regelmatig
Een dashcam schrijft continu naar de geheugenkaart. Gebruik daarom een high-endurance-kaart die daarvoor gemaakt is. Formatteer de kaart eens per maand in de dashcam zelf; dat voorkomt fouten. Vervang de kaart als de dashcam meldingen geeft of opnames ontbreken.
8. Houd rekening met hitte en kou
Achter de voorruit kan het in de zomer erg heet worden. Dashcams met een supercondensator kunnen daar goed tegen, modellen met een accu minder. Staat je auto lang in de volle zon, gebruik dan een zonnescherm of neem de dashcam mee bij extreme hitte.
9. Test of alles werkt
Maak na de installatie een korte proefrit en kijk de beelden terug. Zijn de beelden scherp, overdag en in het donker? Staat de tijd goed? Wordt een fragment beveiligd als je zachtjes tegen de camera tikt? Kijk daarna regelmatig even of de dashcam nog opneemt; een knipperend lampje alleen zegt niet altijd genoeg.
10. Stel beelden direct veilig na een incident
Is er iets gebeurd? Zorg dan dat de beelden niet worden overschreven:
- Druk op de beveiligknop (als je dashcam die heeft), of zet de camera uit.
- Kopieer de originele bestanden zo snel mogelijk naar je telefoon of computer.
- Bewerk de bestanden niet; bewaar ze zoals ze zijn.
Wat je daarna met de beelden doet, lees je in Dashcam bij een ongeluk: zo gebruik je de beelden als bewijs.
Beelden voor eigen gebruik bewaren mag. Ze online zetten met herkenbare personen of kentekens niet zomaar. Lees de regels voor dashcams in Nederland en Europa.
Veelgestelde vragen
Waar plaats je een dashcam het beste?
Achter de binnenspiegel, hoog in het midden van de voorruit en binnen het bereik van de ruitenwissers. Daar heb je het beste zicht op de weg en belemmert de camera je zicht niet.
Mag een dashcam op de voorruit?
Ja, zolang hij je zicht niet belemmert. Achter de binnenspiegel is daarom de beste plek.
Moet een dashcam altijd aan staan?
Een dashcam neemt meestal automatisch op zodra je de auto start. Controleer wel regelmatig of hij nog werkt en of de geheugenkaart in orde is.
Hoe vaak moet ik de geheugenkaart formatteren?
Ongeveer eens per maand, in de dashcam zelf. Zo voorkom je schrijffouten en ontbrekende opnames.
Kan ik een dashcam zelf installeren?
Ja. Met een aansluiting op de sigarettenaansteker is het een kwestie van minuten. Voor een vaste aansluiting op de zekeringkast heb je wat meer technische kennis nodig; laat dat anders doen door een inbouwspecialist.

Geef een reactie